Ik hou niet van mannen maar ik neuk er nu toch één.
Hoe dit zo komt? Tja, een vriendendienst. Hij en zijn vriendin wilden dit graag: een trio. Maar een heel ander soort trio dan ik gewend ben: niet het soort waar ik naar staar als ik mezelf lusteloos leegpomp achter de laptop, waar mannen een vrouw aan alle kanten vullen als een goedkope taco, overlopend van slachtafval en gesmolten kaas. Nee, zij wilden dat híj de taco was - dat, terwijl hij haar nam, zijn beste vriend hém weer van achter nam. Ik zei nog dat dat anatomisch onmogelijk leek, maar hier ben ik dan, een middag en een avond later, een zwarte zwaan die zijn eigen ongelijk bewijst door te bestaan.
Ik hou niet van mannen maar ik neuk er nu toch één.
Zie zijn zwetende rug, glanzend van inspanning, met daar boven de ragebol van zijn blondgelokte achterhoofd, over zijn linkerschouder het aangezicht: de open mond, volle lippen van zijn vriendin, de ogen gesloten en een aanmoedigend gekreun uitstotend: "ah. ah. jah." in volledige disharmonie met hem, die hier en daar een 'oe', een 'grom' en een soort van 'arf' uitstoot.
Ik hou niet van mannen maar ik neuk er nu toch één.
Ik ken hem al sinds ik 16 was. Hij kwam van buiten bij ons op de middelbare school: een gozer uit de grote stad, Rotterdam, wiens vader in Wageningen ging werken. Toen was hij de vreemdeling, de onbekende, degene die aarzelend zijn ritme moest vinden. We werden al snel bloedbroeders toen bleek dat we beiden fan waren van The Beastie Boys en Dog Eat Dog en we beiden zo gauw mogelijk weg wilden uit dit gat. Hij ging rechten studeren, ik filosofie, en toen ik éénmaal door de krochten van Irigarays vagijn het poststructuralisme ontworsteld was, bleek hij een succesvol litigation lawyer en ik gesjeesd.
Ik hou niet van mannen maar ik neuk er nu toch één.
Ik kan dit natuurlijk als een metafoor zien: de perfecte expressie van hoe hij wél het echte leven gevonden heeft, met woning, werk en wijf, en hoe ik over zijn rug even mijn wispelturigheid ontsnap, even tweedehands me bij Ons Soort Mensen begeef. Mijn wormvormig aanhangsel althans hoort er even bij.
Ik hou niet van mannen maar ik neuk er nu toch één.
Ik stoot harder. Zijn harde billen komen met het ritme omhoog en zijn aars slokt me gulzig op - hij verwart mijn woede voor passie, mijn walging voor lust, mijn wanhoop...
...een vriendendienst.
Ik hou niet van mannen maar ik neuk er nu toch één.
Harder beweegt hij, dieper zijn vriendin in en uit, zijn prostaat klopt, zwelt. Het lichtklassieke kreunconcert neemt vorm aan, ritme: we weten alledrie hoe dit eindigen moet. Daar gaat hij, geklemd tussen zijn vriendin en beste vriend van vroeger, mijn harde paal bruin-glanzend in en uit terwijl hij, schokschouderend, schuddend...
...zijn kringspier klemt mijn lul bijkans vast terwijl hij zijn hoofd achterover gooit en 'ah, aaahh' leegloopt, zijn vriendin hem zoetelievend vastklemt, ik zie haar nagels in zijn rug, de onmiskenbare blos en woordeloze kreun, de spieren in de hals en nek tot beton gespannen...
Ik hou niet van mannen maar ik neuk er nu toch één.
In weerwil van mezelf kom ik ook, twee tellen na hen beiden - spuit elf geeft ook nog modder, begraaft het diep in hem, opdat het blijven plakken zal, opdat het niet meer naar buiten komt, opdat zijn darmwand het opneemt, zijn endeldarm de baarmoeder van onverhoopt en onbedoeld leven, opdat het kruit niet tevergeefs verschoten is, opdat het allemaal niet voor niets is....
...geweest.